Ontslagvergoeding Berekenen In 2026: Actuele Richtlijnen En Transitievergoeding
Wie in augustus 2026 te maken krijgt met een beëindiging van het dienstverband, krijgt direct te maken met de wettelijke transitievergoeding. Sinds de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) is het berekenen van deze vergoeding gestandaardiseerd, maar de fiscale regels en indexaties blijven voor werknemers en werkgevers cruciaal om scherp in de gaten te houden.
| Aspect | Huidige status (2026) |
|---|---|
| Wettelijk kader | Transitievergoeding (WAB) |
| Maximale vergoeding | Geïndexeerd naar € 94.000 (of een jaarsalaris) |
| Berekening | 1/3 maandsalaris per gewerkt jaar |
| Datum van geldigheid | 9 augustus 2026 |
De rekenmethode achter de transitievergoeding
Sinds de wijzigingen in de wetgeving wordt de transitievergoeding voor elk dienstverband op dezelfde wijze berekend, ongeacht de duur van het contract of de leeftijd van de werknemer. Het uitgangspunt is 1/3 bruto maandsalaris per gewerkt dienstjaar. Voor jaren die langer dan een volledig jaar duren, wordt de vergoeding naar rato berekend.
De rekensom is eenvoudig maar vereist precisie: het bruto maandsalaris (inclusief vakantietoeslag, vaste eindejaarsuitkering en overeengekomen overwerkvergoedingen) vormt de basis. Het totaalbedrag wordt bepaald door de lengte van het dienstverband in dagen te delen door 365, en dit resultaat te vermenigvuldigen met 1/3 van het bruto maandsalaris. Let op: het maximumbedrag is per 1 januari 2026 opnieuw geïndexeerd. Indien een werknemer meer dan een jaarsalaris verdient, is het wettelijke maximum van € 94.000 (of een volledig jaarsalaris indien dit hoger is dan het maximum) van toepassing.
Fiscale valkuilen en onderhandelingen bij vertrek
Naast de strikte wettelijke vergoeding kiezen veel werkgevers bij een beëindiging met wederzijds goedvinden voor een vaststellingsovereenkomst (VSO). Hierin kan een vergoeding worden afgesproken die hoger is dan de wettelijke transitievergoeding. Het berekenen van de netto-opbrengst is hierbij de grootste uitdaging voor de werknemer.
De ontslagvergoeding wordt in Nederland belast als bijzonder tarief. Dit betekent dat de loonheffing vaak fors is, wat leidt tot een aanzienlijk verschil tussen het bruto- en netto-bedrag. Het is raadzaam om in 2026 niet alleen naar de bruto transitievergoeding te kijken, maar ook naar de fiscale druk op de totale afkoopsom. Werkgevers en werknemers doen er verstandig aan om de berekening te laten toetsen door een gespecialiseerde jurist of financieel adviseur, zeker wanneer er sprake is van opgebouwde vakantiedagen, bonussen of een leaseauto die bij de berekening betrokken moeten worden.
Afkoop en ontslagvergoeding; uitkering/bovenwettelijke uitkering afkopen?
Juridische actualiteit en toekomstige wijzigingen
Per augustus 2026 blijft het ontslagrecht in beweging. Hoewel de transitievergoeding een vaststaand recht is, zien we dat de juridische toetsing bij ontslag op grond van disfunctioneren of een verstoorde arbeidsverhouding strenger is geworden. Werkgevers moeten voor het berekenen van de vergoeding beschikken over een sluitend dossier. Ontbreekt dit dossier, dan kan de rechter de werknemer een extra billijke vergoeding toewijzen bovenop de transitievergoeding.
Voor de rest van 2026 verwachten experts geen grote koerswijzigingen in de berekeningsmethode, maar de inflatiecorrecties voor 2027 staan al wel op de politieke agenda. Werknemers die momenteel onderhandelen over hun exit, doen er verstandig aan om de netto-impact mee te nemen in hun besluitvorming. Het is essentieel om vast te leggen dat de vergoeding de transitievergoeding "omvat of overstijgt" om latere discussies met de Belastingdienst of het UWV te voorkomen. Wie in deze periode ontslagen wordt, heeft de plicht om zich goed te informeren over de specifieke looncomponenten die meetellen voor de berekening, aangezien dit per sector en CAO kan verschillen.
